Op 16 juli 2026 heeft Nederland officieel een watertekort. Rijkswaterstaat, de waterschappen en andere waterbeheerders stellen vast dat er sprake is van een feitelijk watertekort. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat schaalt op naar niveau 2 van het nationale maatregelenpakket tegen droogte. Voor vaarders heeft dat directe gevolgen.
Hoe uitzonderlijk is de situatie?
De Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling omschrijft de situatie als uitzonderlijk voor deze tijd van het jaar. Hoewel er in de zomer vrijwel altijd enige mate van watertekort is, vereist het huidige tekort verdergaande maatregelen dan normaal.
Het maatregelenpakket kent drie niveaus. Niveau 2 betekent dat waterbeheerders actief keuzes gaan maken over de verdeling van het beschikbare water. Bij niveau 3 is er sprake van een landelijke crisis. Dat niveau is voor het laatst bereikt in 2003. De vorige keer dat niveau 2 werd afgekondigd, was in augustus 2022.
Wie krijgt voorrang bij de waterverdeling?
Niet iedereen heeft gelijke toegang tot het beschikbare water. Veiligheid staat bovenaan: waterkeringen en dijken die gevoelig zijn voor droogte krijgen als eerste water, omdat droogte scheuren kan veroorzaken. Daarna volgen drinkwater en energievoorziening. Waterbeheerders bekijken ook of water ingezet moet worden om verzilting tegen te gaan op droge plekken.
Scheepvaart staat lager in die volgorde. Dat betekent concreet: als het water voor andere doeleinden wordt ingezet, dan kan dit gevolgen hebben voor de scheepvaart.
Wat merkt de scheepvaart van het watertekort?
Volgens de waterbeheerders moeten schepen bij lage waterstanden langer wachten bij sluizen. Manoeuvreren wordt moeilijker doordat het water laag staat. Wie op rivieren of andere vaarwegen vaart die afhankelijk zijn van de rivierstand, krijgt dus te maken met langere doorvaartijden en meer hinder tijdens het varen. Ook kunnen sommige rivieren drukker worden, doordat grote binnenvaartschepen hun route moet aanpassen.
Als waterbeheerders besluiten water in te zetten om verzilting te bestrijden, gaat dat ten koste van de scheepvaart. Dit is een expliciete afweging die in het kader van het watertekort wordt gemaakt.
Welke maatregelen zijn al genomen?
De Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling heeft voorafgaand aan de formele afkondiging al maatregelen getroffen. In het IJsselmeer en het Markermeer is extra zoet water opgeslagen als buffer. Op meerdere locaties zijn pompen en sluizen ingezet om het water beter te verdelen. Stuwen worden anders afgesteld, zodat het waterpeil op kritieke plekken zo lang mogelijk op peil blijft. Dit alles moet voorkomen dat er te veel zout water binnendringt en er onvoldoende zoet water overblijft voor drinkwater, landbouw en natuur.
Per regio bekijken Rijkswaterstaat, waterschappen, provincies en drinkwaterbedrijven welke aanvullende maatregelen nodig zijn. Op bepaalde plekken kan een sproeiverbod gelden.